Terug naar overzicht
1 dec. 2016 - Zakelijke assertiviteit
MarietteDietz
Contact maken en doorpakken
“Als je doet wat je altijd hebt gedaan, zul je krijgen wat je altijd hebt gekregen”. Dit liet Mariette aan het begin van de workshop zien, waarbij ze de ZP-leden uitnodigde om vanavond wat meer uit hun comfortzone te gaan: alleen door jezelf af en toe te stretchen, leer je nieuwe dingen. 
Rapport (spreek uit ‘rappoor’ op z’n Frans) is een term uit de NLP (Neuro Linguistisch Programmeren). Als je rapport met iemand hebt, zit je op dezelfde golflengte. Alleen dan kun je iemand overtuigen of beïnvloeden. Met rapport kan alles, zonder rapport kan niets. 
 
Aanpassen
Maar hoe zorg je nou dat je contact maakt met je gesprekspartner, zodat je snel op dezelfde golflengte zit? Het belangrijkste is dat je je aanpast aan de ander, zodat de ander (onbewust) het gevoel heeft van “Hee, die is net als ik!”. Voor de pauze deden we daarmee een oefening in tweetallen, met muziek: de ene persoon ging bewegingen maken en de ander ging volgen. En andersom. Hoe was het om te volgen? Hoe was het om te leiden, om gevolgd te worden? En herken je dat in je eigen leven ook?
 
Hoe denkt iemand?
Na de pauze gingen we verder over afstemmen. Je kunt je met je lijf op een aantal manieren afstemmen op de ander: je houding, je armen en benen, gebaren, je ademhaling, je stem. De ander voelt zich dan onbewust meer op zijn/haar gemak. Daarnaast kun je letten op de woorden die iemand gebruikt, of iemand meer visueel (ogen), auditief (oren), kinesthetisch (gevoel) of auditief digitaal (denken) gericht is.
Een visueel iemand gebruikt bijvoorbeeld zie-woorden zoals: ik zag hem lopen;  het was schitterend; echt een plaatje; zo groot en zoveel kleuren... Als je dit merkt bij iemand, gebruik je ook zie-woorden terug “Hoe zie jij dat nou?”.
 
Let goed op
Je kunt aan de bewegingen van iemands ogen ook zien of hij in het zie-, hoor-, voel- of denksysteem zit. Kijkt iemand naar boven, dan ziet hij iets voor zich; kijkt iemand opzij, dan hoort hij iets. Kijkt iemand naar rechtsonder (voor de kijker links) dan voelt hij iets en kijkt iemand naar linksonder (voor de kijker rechts) dan is hij iets aan het overdenken of beredeneren. Hiermee hebben we ook met elkaar geoefend.
 
Chunken
Hoe zorg je nu na het volgen dat je de leiding van een gesprek overneemt? Daarbij is het belangrijk dat je kunt ‘upchunken’ en ‘downchunken’. Dit betekent dat je oplet of iemand in grote brokkken (chunks) informatie praat, of in kleine brokken/details. Als je te abrupt van onderwerp verandert, loop je het risico het rapport te verbreken. Je kunt dan beter eerst het onderwerp van de gesprekspartner upchunken (naar het globale trekken) en dan weer downchunken naar jouw onderwerp. In de laatste oefening hebben we een leuke maar lastige oefening gedaan met upchunken, downchunken en zijwaarts chunken.
Terug naar overzicht