Terug naar overzicht
28 mei. 2019 - Informatie Broodfonds

Broodfonds
Wat is een broodfonds?
Een broodfonds is een voorziening voor zelfstandigen bij arbeidsongeschiktheid.
Voorziening: dus géén verzekering
voor zelfstandigen: dus niet voor werknemers
bij arbeidsongeschiktheid: dus geen wettelijke aansprakelijkheid of pensioenregeling
Het broodfonds is echt alleen bedoeld om ondernemers bij te staan wanneer ze vanwege een aandoening geen of minder inkomsten hebben.

Waarom een broodfonds?
Als een werknemer arbeidsongeschikt wordt is zijn baas verplicht om hem/haar nog een tijd door te betalen, maar een ondernemer moet dit allemaal zelf regelen. Toch heeft ⅔ dat niet gedaan. Je kunt je afvragen waarom niet, maar als je je enigszins hebt verdiept in de premies die arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV) vragen is het al gauw duidelijk. Herman noemde zijn vrouw als voorbeeld. Zij had na zo'n 30 jaar vergeten haar AOV te verlengen en moest zich dus opnieuw aanmelden. Omdat de verzekering haar als nieuwe klant zag kon ze geen gebruik maken van eerder voordeel en omdat ze intussen de 55 jaar was gepasseerd kostte de premie haar zo'n € 1600,-- per kwartaal! 
Naast de prijs zijn er nog andere nadelen. Mankeer je al wat, dan wordt je niet geaccepteerd. Kom je wel door de keuringen maar je hebt vroeger bijvoorbeeld eens een hernia gehad, dan is de kans groot dat je rug uitgesloten wordt voor de verzekering. Ook kun je er naar jaren premie betalen achter komen dat jouw aandoening waar je een uitkering voor aan wil vragen wordt uitgesloten in de kleine lettertjes. 

Reden genoeg dus om op zoek te gaan naar een andere oplossing. Een mogelijkheid is om zelf elke maand een bedrag opzij te zetten op een spaarrekening voor als er eens wat gebeurd, maar met de huidige rentes schiet dat niet echt op, en de meeste ondernemers zouden het extra geld eigenlijk liever in hun bedrijf steken dan in een potje.
Een andere optie is deelname aan een broodfonds. Hierin wordt alles binnen een relatief kleine groep ondernemers zelf geregeld. Het idee is gebaseerd op hoe de huidige verzekeringen ooit zijn ontstaan. Back to the basics dus eigenlijk.

Kenmerken
Bij een broodfonds betaal je per maand tussen de € 45,-- en € 125,--. Dit zijn dus hele andere bedragen dan die bij een AOV. 
Het hele systeem is heel transparant opgezet. Het ingelegde geld staat (na aftrek van € 10,-- contributie) op je eigen bankrekening bij de vereniging. De leden bepalen samen wat er met het geld gebeurt. Je bent er dus altijd zelf bij.

Wanneer je arbeidsongeschikt wordt, kun je maximaal 2 jaar lang rekenen op een uitkering van het broodfonds. Voor die twee jaar is bewust gekozen. Ten eerste kun je niet van je collega-ondernemers verwachten dat ze je langer dan deze periode ondersteunen. Bovendien zal je bedrijf in deze tijd niet echt meer actief zijn en heb je voldoende tijd gehad om na te denken over een alternatief.

Het hele broodfonds is gestoeld op vertrouwen. Als je je ziek meldt heb je geen doktersverklaring nodig. Toch blijkt dat er in de praktijk geen misbruik wordt gemaakt van de voorziening. Je bedondert je collega's niet. Mocht iemand het toch proberen, dan is iedereen daar snel genoeg van op de hoogte en kun je, in het ergste geval, uit de vereniging gezet worden. Bovendien is je naam dan zo geschaad dat je nergens meer aan kunt kloppen.

Om dit vertrouwen in elkaar te vergemakkelijken zal een broodfonds nooit groter worden dan 50 leden. Dit voorkomt dat de groep te groot wordt en je elkaar niet meer kent. Juist doordat je elkaar kent en "iets" met elkaar hebt zul je aan de ene kant de anderen gemakkelijker vertrouwen, en aan de andere kant zul je bij bekenden (nog) minder de behoefte hebben om de boel te belazeren.
Er is ook een ondergrens: met minder dan 20 leden kan een broodfonds niet van de grond komen. Er moet een solide basis zijn om eventuele uitbetalingen te kunnen garanderen.

Hoe werkt het?
Allereerst moet er opgemerkt worden dat het niet om een uitkering bij ziekte gaat. Het gaat om een uitkering bij arbeidsongeschiktheid waardoor je als ondernemer geen inkomsten meer uit je bedrijf haalt. De nadruk ligt dus op de inkomsten.
Er zijn acht niveaus van schenkingen, met daaraan gekoppeld een bepaalde inleg. De hoogte van de schenking is gerelateerd aan je gemiddelde winst. Verdien je gemiddeld € 1000,-- per maand, dan mag de hoogte van de schenking niet hoger zijn dan € 1000,--. Het is namelijk niet de bedoeling dat je er beter van wordt. 

Een bijkomend voordeel is dat de schenkingen onder de wettelijke grens van € 2173,-- blijven. Daarom hoef je er geen belasting over te betalen. Je kunt je inleg echter ook niet aftrekken (kan bij AOV wel) omdat het nog steeds op een rekening van jezelf blijft staan. Het blijft je bezit tot je gaat schenken en wordt dus opgegeven voor box 3 bij de belastingen.

Bij zowel het broodfonds als een AOV blijf je inleg/premie betalen als je voor uitkering in aanmerking komt. Gezien de hoogte van de premie bij een verzekering, blijft er dan weinig van je uitkering over. Ook dit is dus gunstiger bij het broodfonds.

Toch moet je er goed over nadenken voor je je AOV helemaal opzegt. Mocht je tot de 1% mensen behoren die zodanig gehandicapt raakt dat ze ook na twee jaar niet meer (volledig) aan de slag kunnen, dan zou je, om alle risico's te ondervangen, kunnen overwegen om je AOV om te zetten naar een verzekering met een wachttijd van 2 jaar. Dit scheelt enorm in de premies. Ook hier noemde Herman weer het voorbeeld van zijn vrouw: Door een verzekering met een wachttijd af te sluiten betaald ze nu een premie van € 1700,-- per jaar. Zeker iets om over na te denken dus.

De details
Als je lid wordt van een broodfonds krijg je een eigen rekening bij de Triodosbank. Deze bank heeft samen met de oprichters van het broodfonds een systeem bedacht die het beheren en veiligheid van het geld van de deelnemers kan garanderen. Wanneer de rekening is geregeld, verstrek je twee machtigingen: één aan de Broodfondsmakers (de landelijke overkoepelende organisatie) om bedragen van je rekening klaar te kunnen zetten, en één voor de penningmeester van je eigen broodfonds-vereniging, die de klaargezette bedragen over kan maken aan een zieke. Dankzij deze regeling is fraude uitgesloten. De penningmeester kan geen geld overmaken dat niet is klaargezet, en de Broodmakers kunnen het klaargezette bedrag niet overmaken.

Het is niet de bedoeling dat je je rekening oneindig volstort met maandelijkse bedragen. Er is een limiet gesteld van 36x de maandelijkse inleg. Als er dus niemand ziek wordt zou je dat in drie jaar bereikt kunnen hebben. Daarna blijf je wel gewoon inleggen, maar krijg je je geld eens per jaar weer teruggestort.
Het geld op de rekening blijft dus in je eigen bezit, alleen wordt er van de inleg € 10,-- contributie afgetrokken waarvan € 4,-- naar de overkoepelende organisatie gaat en € 6,-- naar je eigen vereniging. Ook het geld dat wordt geschonken ben je kwijt.

Je kunt 4 keer per jaar, aan het begin van een nieuw kwartaal, instappen in een bestaand broodfonds, maar alleen als je wordt geïntroduceerd door een lid van die vereniging. Twee keer per jaar kun je uitstappen. Bijvoorbeeld omdat je in loondienst gaat werken, met pensioen gaat, failliet gaat of naar een ander broodfonds over wil stappen.

Als je arbeidsongeschikt wordt
Als je ziek wordt en het is bekend dat het langer gaat duren dan een griepje of verkoudheid dan meld je dat bij het bestuur van je vereniging. Zij komen bij je langs om met je te praten. Er wordt daarbij wel verwacht dat je openhartig bent en eerlijk vertelt wat er aan de hand is. Logischerwijs wordt niet alles wat besproken is aan de rest van de leden gecommuniceerd. Je bepaalt zelf, in overleg met het bestuur, wat er verteld gaat worden. Na dit gesprek gaat er een bericht uit naar de andere leden dat er geschonken gaat worden. Er geldt wel een wachttijd van een maand nadat de aard van de aandoening bekend is geworden.  

Het bestuur houdt daarna regelmatig contact met de ondernemer die de schenkingen ontvangt. Niet om te vragen of hij/zij al beter is, maar om te vragen hoe het gaat en of er misschien hulp nodig is van een van de andere leden. Je zou er aan kunnen denken dat iemand uit het broodfonds met (ongeveer) dezelfde professie lopende opdrachten af zou kunnen ronden of de zieke op andere gebieden bij zou kunnen staan. Dit alles is erop gericht dat het bedrijf van de zieke zo lang mogelijk kan blijven draaien, zodat bij genezing de ondernemer weer verder kan. 

Je hoeft niet altijd een 100% uitkering te vragen. Als voorbeeld kun je denken aan iemand die zijn been breekt. Is hij bijvoorbeeld glazenwasser, dan kan hij zijn beroep niet meer uitvoeren. Maar heeft hij een zittend beroep (bijvoorbeeld grafisch ontwerper) dan zal hij nog steeds een deel van zijn werkzaamheden kunnen uitvoeren. In het eerste geval is het duidelijk dat de uitkering 100% zal zijn, maar de ontwerper heeft mogelijk genoeg aan 50%. Ook dit wordt in het gesprek met het bestuur besproken en overlegd. 
Daarnaast wordt er rekening gehouden met het feit dat je, na een zware ziekte, meestal niet in staat bent om meteen voor 100% weer aan het werk te gaan. Daarom is het mogelijk om de uitkering stapsgewijs af te bouwen.
Er gelden nog wel een paar regels:

  • Als je ziek bent geweest, wordt er van je verwacht dat je minimaal 1 jaar lid bent/blijft van het broodfonds. Het is dus niet de bedoeling om, wanneer je je niet goed voelt, je snel aan te sluiten, je uitkering te ontvangen gedurende een aantal maanden en dan weer af te haken.
  • Je mag, gedurende de periode dat je ziek bent, niet je schenkingsniveau (en dus je uitkering) verhogen. Verlagen mag wel, wat ook handig is als je bedrijf tijdelijk iets minder draait.

De kosten op een rij
Zoals hierboven al genoemd betaal je naast je maandelijkse inleg € 10,-- contributiekosten. Hieruit worden de lopende kosten betaald. Daarnaast zijn er € 225,-- eenmalig inschrijfkosten. Voor dit bedrag wordt de bankrekening geopend en de benodigde administratie opgezet.
Daarnaast zijn er 8 schenkingniveaus, met elk een eigen maandelijkse inleg (zie tabel). De inleg wordt elke maand automatisch per incasso afgeschreven.
Schenkingstabel
Het schenkingsniveau is gebaseerd op de gemiddelde winst die je maandelijks uit je bedrijf haalt. Zoals eerder al beschreven is het niet de bedoeling dat je bij ziekte meer gaat verdienen dan je deed toen je nog actief was. Je mag wel minder vragen. Bij je aanmelding wordt niet om jaarcijfers gevraagd, maar je moet wel aan kunnen tonen dat je gemiddeld minimaal € 750,-- per maand verdiend.

Om de afzonderlijke schenkingen onder het maximum van € 2173,-- te houden is het hoogste niveau op € 2.500,-- gesteld. Mocht je daar niet genoeg aan hebben dan kun je overwegen om je bij nog een broodfonds aan te sluiten. 
De hoogte van de schenkingen worden per gever bepaald en zijn van een aantal factoren afhankelijk: 

  • De hoogte van het gekozen schenkingsbedrag van de zieke
  • Het aantal leden van het broodfonds
  • De niveaus waarvoor leden hebben ingeschreven

Een rekenvoorbeeld
Een broodfonds heeft 50 leden waarvan de ene helft heeft gekozen voor een uitkering van € 1000,-- per maand en de andere helft voor € 2000,--.
Nu wordt een lid ziek. Zijn gekozen uitkering is € 1000,-- per maand. De leden gaan over tot schenking, waarbij iedereen wordt "belast" naar draagkracht.
Dit betekent dat de leden die maandelijks € 45,-- inleggen (schenkingsniveau € 1000,--) ca € 13,33 per maand vanaf hun rekening zullen schenken, en de leden die ingeschreven staan voor € 90,-- (schenkingsniveau € 2000,--) € 26,64. Er blijft dus nog geld over van de inleg om door te kunnen blijven sparen. De zieke ontvangt 25 x € 13,33 = € 333,-- en 25 x € 26,64 = € 666,--. 
Het kan voorkomen dat bij meerdere zieken de leden interen op hun kapitaal. Je komt echter nooit rood te staan. Op is op (maar dit is nog nooit voorgekomen). Om er zeker van te zijn dat iedereen zijn uitkering krijgt is er een alliantie-systeem opgericht. Hierbij vangen in geval van nood andere broodfondsen het tekort tijdelijk op, totdat het eigen fonds weer voldoende capaciteit heeft.

Voorwaarden
De BroodfondsMakers hebben twee ijzeren voorwaarden gesteld:

  • Je moet minimaal een jaar ondernemer zijn om deel te kunnen nemen. Dit om de stabiliteit te kunnen garanderen. Een startend ondernemer heeft het het eerste jaar het moeilijkst. Als hij/zij dat jaar overleeft heeft hij/zij meestal voldoende basis gelegd voor een bloeiend bedrijf. Een broodfonds is voor de continuïteit afhankelijk van gesettelde ondernemers.
  • Je moet minimaal € 750,-- winst per maand uit je bedrijf halen. Dit is gekoppeld aan de eis dat je je niet hoger in mag schrijven dan je per maand verdient. De meeste bedrijven hebben een fluctuerend inkomstenpatroon, daarom wordt over een of meer jaren gekeken wat het gemiddelde inkomen is.

Daarnaast kan de lokale vereniging zelf ook nog voorwaarden stellen

  • Vrije inschrijving of op uitnodiging van een van de andere leden (kun je iedereen vertrouwen die zich aanmeld?)
  • Een bepaalde beroepsgroep
  • Een bepaald gebied (gemeente, plaats, regio)

Het wordt echter afgeraden om (in het begin) al te strenge eisen te stellen, want dat staat een snelle groei in de weg. Voor het starten van een fonds is het belangrijk dat er minimaal 20 (en liever nog 25) leden zich hebben aangemeld. Na een tweede informatieve bijeenkomst wordt dan de oprichting in gang gezet. De BroodfondsMakers schrijven de nieuwe leden aan met het verzoek hun gegevens door te geven. De rekeningen worden geopend, reglementen worden opgesteld, de inschrijving bij de KvK wordt in orde gemaakt etc. Als iedereen tijdig reageert kan binnen anderhalve maand de vereniging een feit zijn, en kunnen de ledencontracten getekend worden.

Veel gestelde vragen

  • Heb je een doktersverklaring nodig als je ziek bent? Nee dus. Meestal is het wel duidelijk als iemand iets mankeert, zelf bij niet lichamelijke aandoeningen zoals een burn-out. Het komt voor dat andere leden iemand erop wijzen dat hij/zij het beter even wat rustiger aan kan doen, om te voorkomen dat hij/zij volledig overspannen raakt. In dat geval moeten ze misschien gedurende korte tijd 50% van het schenkingsbedrag gaan betalen om deze periode te overbruggen, maar dat is altijd nog beter dan gedurende een veel langere tijd 100%.
  • Mag iedereen meedoen? Ja, zolang het een ondernemer is die aan de (ijzeren) voorwaarden voldoet is iedereen welkom.
  • Wat als iemand geen goed gevoel heeft bij een nieuwkomer? Elk lid heeft veto-recht, maar moet zijn uitspraak wel kunnen onderbouwen met goede argumenten. Als je bewijzen kunt overleggen van mogelijke onbetrouwbaarheid, dan wordt deze persoon niet aangenomen.
  • Wat gebeurt er als iemand de boel belazerd? De onderlinge controle is groot en als blijkt dat iemand probeert de boel op te lichten zullen er acties ondernomen worden. In het ergste geval zal het lid geroyeerd worden.
  • Is het handig om mijn rekening in een keer al vol te storten? Nee, het is handiger om samen het kapitaal van de vereniging op te bouwen. Zo wordt iedereen in gelijke verhouding belast bij schenkingen. De betalingen gaan door tot er geen geld meer is. Ben jij de enige met een volle rekening, dan zul jij het langst blijven betalen.
  • Wat gebeurt er als er niet genoeg geld is? Dit komt bijna nooit voor. Zelfs toen bij een van de broodfondsen iemand 3 dagen na de oprichting getroffen werd door een herseninfarct waren de eerste inleggen al voldoende om dit lid financieel te ondersteunen. En mocht het toch gebeuren dat er meerdere zieken zijn en het erop lijkt dat het bedrag dat in kas is niet voldoet, dan kan er contact opgenomen worden met andere broodfondsen die in alliantie met elkaar verbonden zijn.  
  • Is het veel werk (voor de bestuursleden)? Nee, heel veel werk wordt al gedaan door de BroodfondsMakers. Het bestuur hoeft zich alleen met de lopende zaken bezig te houden.

Hoe nu verder?

Het is heel goed mogelijk dat je nieuwsgierig bent geworden naar de mogelijkheden. Op de website van het broodfonds (www.broodfonds.nl) vind je nog meer informatie. Ook is er op 18 juni een informatieavond in Haarlem (De Plek, Waarderweg 19) en op 24 juni en 10 september in Amsterdam (Lab111, Arie Biemondstraat 111)

Terug naar overzicht